Afdoening

Namens het Openbaar Ministerie beslist de officier van justitie op welke wijze een strafrechtelijke verdenking wordt afgedaan. Feitelijk zijn er drie verschillende afdoeningsmogelijkheden, te weten het seponeren van de zaak, het buitengerechtelijke afdoen en het dagvaarden. Aan de hand van het inhoud van het dossier, met daarin eventueel de verklaring die u als verdachte of namens de verdachte onderneming heeft afgelegd tijdens het verhoor bij de politie of de bijzondere opsporingsdiensten, wordt de keuze tussen deze afdoeningsmogelijkheden gemaakt. Onze strafrechtspecialisten zullen altijd trachten deze vervolgingsbeslissing in die vroege fase van het strafproces in uw belang bij te sturen of te beïnvloeden.

Sepot
De officier van justitie kan in de eerste plaats op gronden aan het algemeen belang ontleend beslissen af te zien van vervolging en de zaak te seponeren, al dan niet onder voorwaarden. Op dat moment worden geen consequenties verbonden aan een geconstateerde wetsovertreding. In dit verband staat de officier van justitie een groot aantal sepotcodes ter beschikking, uiteenlopend van technische sepots indien iemand ten onrechte als verdachte is aangemerkt (code 01) of indien het bewijs ontbreekt (code 02), tot beleidssepots indien sprake is van een gering feit of een gering aandeel in het feit (code 40 resp. 41) of indien de verhouding tot de benadeelde is geregeld (code 70). Hoewel het verschil in betekenis van de diverse sepotcodes soms klein lijkt, kunnen wel degelijk verstrekkende nadelige gevolgen kleven aan net de ‘verkeerde’ sepotcode. Dit is niet alleen het geval in verband met de latere waardering van de justitiële documentatie van een verdachte, maar bijvoorbeeld ook bij het verkrijgen van een vergunning in het kader van de Wet Bibob of een visum voor landen als de Verenigde Staten. Zelfs bij een sepot is de betrokkenheid van een advocaat onmisbaar.

Strafbeschikking of transactie
De officier van justitie heeft sinds een aantal jaren uitgebreidere mogelijkheden geconstateerde wetsovertredingen zelf af te doen buiten de rechter om. De buitengerechtelijke afdoening bestaat op dit moment nog in twee vormen, te weten in de transactie en de strafbeschikking. Deze modaliteiten zijn tot op zekere hoogte complementair,omdat door de wetgever is bepaald dat de strafbeschikking gefaseerd wordt ingevoerd (met steeds een aanvulling van de strafbare feiten waarvoor die kan worden uitgevaardigd) met als uiteindelijke doel de vervanging van de transactie. Toch is het mogelijk dat voor een bepaald strafbaar feit alsnog een keuze gemaakt mag worden tussen de transactie en de strafbeschikking, bijvoorbeeld bij het bestaan van contra-indicaties tegen de strafbeschikking of omdat met een strafbeschikking anders dan bij een transactie nog niet alle sancties kunnen worden opgelegd waarin de wet voorziet.

De aard en consequenties van de strafbeschikking verschillen aanzienlijk van die van de transactie. Het aanvaarden van een transactie komt feitelijk neer op het afkopen of afwenden van een strafrechtelijke vervolging. Er is dan geen vaststelling van schuld door de strafrechter, waardoor als het ware nooit komt vast te staan dat de verdachte daadwerkelijk het strafbare feit heeft gepleegd. Indien de verdachte het transactieaanbod afwijst, dient het Openbaar Ministerie actie te ondernemen om de zaak alsnog voor de rechter te krijgen. Het direct betalen van een transactie betekent dat het feit onherroepelijk is afgedaan en dat geen rechtsmiddel meer kan worden ingesteld. Het uitvaardigen van een strafbeschikking is daarentegen wel een daad van vervolging. De straf in de beschikking behoeft in beginsel geen aanvaarding, die wordt gewoonweg opgelegd, met dien verstande dat ten aanzien van enkele sancties afhankelijk van aard en hoogte een plicht tot horen van de verdachte geldt (art. 257c Sv). De officier van justitie stelt met de strafbeschikking de schuld van de verdachte vast. De bestrafte heeft twee weken de tijd om verzet tegen de strafbeschikking te doen, waarbij het laten verstrijken van die termijn ervoor zorgt dat die strafrechtelijk onherroepelijk is geworden. Bijstand van een advocaat is onmisbaar voor de vragen of voor de juiste wijze van buitengerechtelijke afdoening is gekozen en of de inhoud van de schikking aanvaardbaar is. Eventuele onderhandelingen over de hoogte van de schikking en instellen van verzet zijn bij onze strafrechtspecialisten in goede handen.

Dagvaarding
De officier van justitie kan de strafzaak tegen een verdachte uiteraard ook doorzetten, door over te gaan tot dagvaarden. Het dagvaarden brengt met zich dat een strafrechter bij de zaak wordt betrokken die uiteindelijk vonnis zal wijzen. De officier van justitie kiest ingegeven door de ernst en de complexiteit van de zaak en door afwegingen rondom de hoogte van de te vorderen (gevangenis)straf voor het aanbrengen van de zaak bij de meervoudige kamer dan wel bij de politierechter.
De advocaat zal zich in geval van een dagvaarding stellen als aanspreekpunt voor justitie, zodat geen oproepingen worden gemist. Uiteraard is een gedegen inhoudelijke voorbereiding van de zaak en een optimale verdediging ter zitting met het inschakelen van onze strafrechtspecialisten verzekerd. Aan de hand van het dossier zal indien dat voor de hand ligt tijdig en uitgebreid gemotiveerd een lijst met onderzoekswensen worden ingediend om de verdediging zo goed mogelijk in staat te stellen de zaak in uw voordeel te doen beslechten.