Oplichting

Oplichting kan worden omschreven als het door middel van slinkse middelen (het aannemen van een valse naam of hoedanigheid, het aanwenden van listige kunstgrepen, een samenweefsel van verdichtsels) bewegen van een ander tot iets dat die zonder inzet van die slinkse middelen niet zou hebben gedaan. Voor een veroordeling wegens oplichting dient de rechter daarnaast te constateren dat een verdachte het oogmerk heeft gehad zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen.

De verdenking van oplichting kan vele verschillende vormen aannemen. Mede vanwege de brede definitie van oplichting kan een advocaat vaak goed verweer voeren bij een verdenking van oplichting. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van oplichting spelen de omstandigheden van elk specifieke geval een grote rol: het punt waarop bijvoorbeeld een civielrechtelijke wanprestatie verandert in strafrechtelijke oplichting is sterk afhankelijk van concrete feiten en omstandigheden.

Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen worden vervolgd ter zake van oplichting. Voor een veroordeling wegens oplichting kan de rechter bij natuurlijke personen – naast een geldboete en een taakstraf – ook een gevangenisstraf opleggen. In geval van een veroordeling spelen voor de vraag welke straf de rechter oplegt allerlei factoren een rol, bijvoorbeeld de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de mate waarin de verdachte door de overtreding voordeel heeft verkregen en de mate waarin door de gedraging het vertrouwen in de markt is geschaad. Gelet op de (mogelijk) verregaande consequenties is het van groot belang in een vroegtijdig stadium een advocaat te raadplegen. We denken graag mee met u over vraagstukken met betrekking tot de verdenking ter zake van oplichting.